ECLI:NL:HR:2011:BS1732

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00619
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Den Haag

Op 25 oktober 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 februari 2010. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bijgestaan door mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage. De Advocaat-Generaal Vegter had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat dit geen nadere motivering behoefde, aangezien de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter, en raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos.

Hiermee is het vonnis van het Gerechtshof gehandhaafd en is het cassatieberoep van verdachte definitief verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

25 oktober 2011
Strafkamer
nr. 10/00619
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 februari 2010, nummer 22/002403-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 25 oktober 2011.