ECLI:NL:HR:2011:BS7980
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling poging tot oplichting
De zaak betreft een herzieningsaanvraag van een veroordeling door de politierechter te 's-Gravenhage voor medeplegen van poging tot oplichting gepleegd op 5 februari 2002. De aanvrager werd destijds veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf. De aanvraag tot herziening berust op het feit dat sprake is van persoonsverwisseling: de broer van de aanvrager heeft zich destijds uitgegeven voor de aanvrager.
Als bewijs werd onder meer een verklaring overgelegd van de broer, waarin hij toegaf de naam van de aanvrager te hebben gebruikt bij meerdere vermogensdelicten, waaronder de zaak van 5 februari 2002. De Hoge Raad acht deze verklaring, samen met het politieonderzoek dat de persoonsverwisseling niet tegenspreekt, voldoende voor een ernstig vermoeden dat de oorspronkelijke veroordeling onjuist was.
De Hoge Raad besluit daarom de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen, en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling en afdoening volgens art. 467 Sv Pro. Hiermee wordt de eerdere veroordeling van de aanvrager opgeheven en krijgt hij de mogelijkheid om zijn onschuld te laten vaststellen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.