ECLI:NL:PHR:2011:BS7980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in zaak medeplegen poging tot oplichting
De aanvrager is bij verstek veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot oplichting. Hij heeft meerdere aanvragen tot herziening ingediend op grond van de stelling dat zijn broer, en niet hijzelf, het feit heeft gepleegd en daarbij zijn persoonsgegevens heeft gebruikt.
Nieuwe stukken, waaronder een verklaring van de broer van de aanvrager, bevestigen dat deze zich bij zijn aanhouding heeft uitgegeven voor de aanvrager en het feit heeft gepleegd. Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat deze verklaring ontbrak.
De Hoge Raad acht het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling voldoende om de aanvraag gegrond te verklaren. De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling conform art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, schorst de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof.