ECLI:NL:HR:2011:BT1796
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep bewijsuitsluiting wegens ontbreken belang verdachte
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De verdediging voerde onder meer aan dat bewijs dat tijdens een onrechtmatige doorzoeking op 20 februari 2009 was verkregen, niet mocht worden gebruikt. De Hoge Raad overwoog dat indien het bewijsmateriaal waarop het beroep op bewijsuitsluiting ziet niet door de rechter is gebruikt, de verdachte geen belang heeft bij de bespreking van dat verweer.
De raadsman van de verdachte had in hoger beroep niet duidelijk gemaakt welk materiaal door de onrechtmatige doorzoeking was verkregen en ook in cassatie was dit niet gespecificeerd. Hierdoor was het middel tevergeefs voorgesteld. Het eerste middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad besloot het cassatieberoep te verwerpen en het arrest van het hof te handhaven. De zaak zal worden terugverwezen voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. Dit arrest bevestigt het belang van een concreet en specifiek beroep op bewijsuitsluiting en het vereiste dat het aangevoerde bewijs daadwerkelijk door de rechter is gebruikt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen vanwege het ontbreken van belang bij het beroep op bewijsuitsluiting.