ECLI:NL:HR:2011:BT6685
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Uitleg gedoogplicht en kostenverdeling bij verplaatsing kabels in reconstructiewerkzaamheden
De zaak betreft een geschil over de kostenverdeling van de verplaatsing van telecomkabels in het kader van reconstructiewerkzaamheden aan wegen tussen Gouda en 's-Gravenhage. De Staat, als eigenaar van de grond, vordert dat de kosten van de kabelverplaatsing voor rekening van de telecomoperators komen op grond van artikel 5.8 lid 1 van de Telecommunicatiewet. De telecomoperators hadden hun kabels op percelen liggen die eerder eigendom waren van gemeenten, die hen hadden verzocht de kabels te verplaatsen.
De rechtbank en het hof oordeelden verschillend over het peilmoment en wie als gedoogplichtige kon worden aangemerkt. De rechtbank achtte het peilmoment de datum van de gemeentelijke verzoeken, terwijl het hof oordeelde dat de Staat als nieuwe eigenaar en gedoogplichtige niet op dat moment was aan te merken als gedoogplichtige. De Hoge Raad stelt dat de gedoogplicht niet rust op gebruikers die de grond slechts gebruiken voor de uitvoering van werken waarvoor de kabelverplaatsing nodig is, ook niet als zij toekomstig eigenaar zijn.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het peilmoment voor de gedoogplicht niet in alle gevallen de datum van daadwerkelijke verplaatsing is en dat het hof ten onrechte het definitieve verplaatsingsverzoek van de Staat van 2 november 2005 niet als zelfstandig verplaatsingsverzoek heeft beoordeeld. Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De telecomoperators worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.