ECLI:NL:HR:2011:BT6824
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting privégebruik bedrijfsgoed
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het privégebruik van een bedrijfswoning over december 2007. Na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof, die de aanslag handhaafden, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetswijziging die de heffing van omzetbelasting op privégebruik regelt, geen terugwerkende kracht heeft en geen schending vormt van het rechtszekerheidsbeginsel of het eigendomsrecht uit het EVRM. De regeling brengt de nationale wetgeving in overeenstemming met de Europese Zesde richtlijn en Btw-richtlijn 2006.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en bevestigde dat het privégebruik van een bedrijfsgoed gelijkgesteld wordt aan een dienst onder bezwarende titel, waardoor omzetbelasting verschuldigd is. Er was geen sprake van een vergoeding, maar de wet veronderstelt deze vergoeding. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.