Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BT6882

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02300
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7:296 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en vaststelling ontruimingsdatum

In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte centraal, waarbij InBev Nederland N.V. en mede-eisers het geschil aan de Hoge Raad voorlegden tegen [verweerder]. De eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties betroffen onder meer de belangenafweging op grond van artikel 7:296 lid 3 BW Pro.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken van de kantonrechter te Eindhoven en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de beëindiging van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde aan de orde waren. Het hof had de datum van beëindiging en ontruiming vastgesteld, maar deze beslissing werd aangevochten in cassatie.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen en een nieuwe datum vast te stellen waarop de huurovereenkomst eindigt en het gehuurde in ontruimde staat aan [verweerder] ter beschikking wordt gesteld. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het beroep af, waarbij de datum van 1 januari 2012 als einddatum werd vastgesteld.

De Hoge Raad motiveerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens werd InBev c.s. veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindigingsdatum van de huurovereenkomst wordt vastgesteld op 1 januari 2012.

Uitspraak

7 oktober 2011
Eerste Kamer
10/02300
RM/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. INBEV NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Breda,
2. [Eiser 2], en
3. [Eiseres 3],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Eiseres onder 1 zal hierna ook worden aangeduid als InBev en eisers onder 2 en 3 als [eiser] c.s.; verweerder zal hierna worden aangeduid als [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 410799 / 7249/05 van de kantonrechter te Eindhoven van 18 mei 2006, 16 november 2006, 29 maart 2007 en 5 juli 2007;
b. de arresten in de zaak met nummers C0700880/HE, HD 103.005.342, 103.005.571 en 103.005.761 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 januari 2008, 4 maart 2008 en 9 februari 2010.
Het arrest van het hof van 9 februari 2010 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstvermeld arrest van het hof hebben InBev en [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. G.R. den Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep zal verwerpen en een nieuwe datum zal vaststellen waarop de huurovereenkomst tussen InBev en [verweerder] eindigt en het gehuurde in ontruimde staat aan verweerder ter beschikking zal worden gesteld.
De advocaat van InBev c.s. heeft bij brief van 16 september 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
stelt de beëindigingsdatum van de huurovereenkomst en de ontruimingsdatum van de panden aan de [a-straat 1 en 1a] te [plaats] vast op 1 januari 2012;
veroordeelt InBev c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2011.