ECLI:NL:HR:2011:BT7200
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofarrest over winstderving joint venture en stelt schadevergoeding vast
In deze zaak staat de beëindiging van een joint venture tussen Franklin en Cehave centraal, waarbij Franklin schadevergoeding vordert wegens winstderving na de opzegging van de overeenkomst door Cehave per 31 december 2001.
De rechtbank stelde de jaarlijkse winstderving op ƒ 1.005.000,--, gebaseerd op een winstaandeel, managementfee en kantoorhuur, en vermenigvuldigde dit met een factor 4, wat leidde tot een schade van ƒ 4.020.000,--. Het hof ging echter uit van een lagere jaarlijkse winstderving van ƒ 350.000,--, wat volgens de Hoge Raad buiten de grenzen van de rechtsstrijd viel omdat deze lagere winstderving niet was bestreden in hoger beroep.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de winstderving betreft en stelt zelf de schadevergoeding vast op € 1.747.997,03, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2002. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Cehave in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en veroordeelt Cehave tot betaling van € 1.747.997,03 aan Franklin met rente vanaf 1 januari 2002.