ECLI:NL:HR:2011:BT7494
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep bij memorie van grieven en appeldagvaarding
In deze zaak staat centraal de vraag hoe de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep moet worden bepaald. De Hoge Raad bevestigt de vaste rechtspraak dat deze niet uitsluitend wordt bepaald door de appeldagvaarding, maar mede door de in de memorie van grieven voorgestelde grieven. Het hof had ten onrechte bepaalde grieven buiten beschouwing gelaten omdat deze niet voldoende duidelijk in de appeldagvaarding waren opgenomen.
De procedure betreft een geschil tussen partijen na beëindiging van hun samenwerking in de bemiddeling van verzekeringen en hypotheken. De rechtbank had in eerste aanleg diverse vorderingen toegewezen en bewijs opgedragen. In hoger beroep had eiseres c.s. via de memorie van grieven aanvullende grieven ingebracht tegen beslissingen die het hof niet had betrokken.
De Hoge Raad stelt dat art. 130 lid 3 Rv Pro alleen ziet op verandering of vermeerdering van de grondslag van de vordering van de oorspronkelijke eiser en niet op uitbreiding van het bereik van de eis in de memorie van grieven. De wederpartij moet er in beginsel van uitgaan dat de definitieve omlijning van het hoger beroep pas in de memorie van grieven wordt gegeven. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.