ECLI:NL:HR:2011:BT7597

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02785
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in vordering tot betaling openstaande facturen

In deze zaak vorderde eiseres betaling van openstaande facturen van verweerster. De procedure doorliep verschillende instanties, waaronder de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij meerdere arresten zijn gewezen. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen de arresten van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep. Het beroep is gebaseerd op klachten die volgens de Hoge Raad geen cassatiegrond opleveren, mede omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweerster nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 9 december 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/02785
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], voorheen de maatschap [A], handelende onder de naam [B],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
[Verweerster], in liquidatie,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 162721 / HA ZA 01-2281 van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2001;
b. de arresten in de zaak 105.000.484/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2004 (tussenarrest), 16 maart 2006 (tussenarrest), en 23 maart 2010 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 16 december 2004 en 23 maart 2010 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 12 oktober 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.