ECLI:NL:HR:2011:BT8449

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03947
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over draagkrachtverweer partneralimentatie

Partijen zijn gehuwd in 2002 en hebben een dochter geboren in 2004. Het huwelijk werd ontbonden in 2009. De rechtbank Arnhem wees partneralimentatie af omdat de man geen draagkracht had, maar kende wel kinderalimentatie toe. In hoger beroep stelde het hof Arnhem partneralimentatie vast op basis van een verondersteld inkomen van €120.000 per jaar, zonder dat de man incidenteel grief had geuit tegen de betreffende overweging van de rechtbank.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft miskend dat de man geen incidentele grief hoefde in te dienen om zijn draagkrachtverweer in hoger beroep opnieuw aan de orde te stellen, omdat de overweging van de rechtbank niet leidde tot een nadelig dictum. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem.

De zaak wordt verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten van de man worden niet behandeld omdat deze niet leiden tot cassatie. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procesrechtelijke toepassing bij alimentatiezaken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

Uitspraak

23 december 2011
Eerste Kamer
10/03947
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J. de Groen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 175308/ES RK 08-646 van de rechtbank Arnhem van 22 juli 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.045.354 van het gerechtshof te Arnhem van 8 juni 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Partijen zijn op 26 juli 2002 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk is op [geboortedatum] 2004 een dochter geboren.
(ii) Het huwelijk is op 21 augustus 2009 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 22 juli 2009 in de registers van de burgerlijke stand.
3.2.1 In de echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 500,-- per maand dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter. De rechtbank heeft overwogen dat de man geen draagkracht had om partneralimentatie te betalen en heeft in het dictum het alimentatieverzoek van de vrouw afgewezen.
3.2.2 Op het door de vrouw ingestelde hoger beroep heeft het hof de beschikking vernietigd en - voor zover thans van belang - de in hoger beroep verzochte kinderalimentatie van € 790,-- per maand toegewezen.
Het hof heeft voorts bepaald dat de man met ingang van 21 augustus 2009 een bedrag van € 3.368,-- per maand aan partneralimentatie dient te betalen. Het heeft daartoe onder meer het volgende overwogen.
"4.15 De man heeft niet gegriefd tegen de overweging van de rechtbank dat hij, gelet op zijn eerdere functies, werkervaring en zijn zakelijke contacten in staat moet worden geacht een inkomen te verwerven van € 120.000,-- per jaar, zodat het hof dit inkomen, evenals de rechtbank, bij de bepaling van de draagkracht van de man als uitgangspunt neemt."
3.3 Onderdeel 1 klaagt dat het hof heeft miskend dat de man geen reden had om incidenteel hoger beroep in te stellen tegen de door het hof in rov. 4.15 weergegeven overweging van de rechtbank.
De klacht is terecht voorgesteld.
De rechtbank heeft weliswaar overwogen - kort gezegd - dat de man in staat moet worden geacht een inkomen te verwerven van € 120.000,-- per jaar, maar deze overweging heeft niet geleid tot een voor de man nadelig dictum, nu de rechtbank het verzoek van de vrouw om partneralimentatie heeft afgewezen. Het hof heeft miskend dat de man derhalve, teneinde zijn verweer met betrekking tot het in aanmerking te nemen inkomen in hoger beroep opnieuw aan de orde te kunnen stellen, geen incidentele grief behoefde aan te voeren tegen voormelde overweging van de rechtbank.
De beschikking van het hof moet daarom worden vernietigd. Onderdeel 3 behoeft derhalve geen behandeling.
3.4 De in onderdeel 2 aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Arnhem van 8 juni 2010;
verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 december 2011.