ECLI:NL:HR:2011:BU1286

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02548
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt formele rechtskracht dwangbevel en verwerpt cassatieberoep

In deze zaak stond het verzet tegen een last onder dwangsom centraal, waarbij United Stevedores Amsterdam (USA) in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het geschil betrof de vraag of het dwangbevel formele rechtskracht bezit en daarmee afdwingbaar is.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen in de lagere instanties en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het beroep van USA en veroordeelde hen tot betaling van de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de last onder dwangsom onverminderd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van United Stevedores Amsterdam wordt verworpen en het dwangbevel blijft formeel rechtsgeldig.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/02548
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
UNITED STEVEDORES AMSTERDAM (USA) V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als USA en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 267964 / HA ZA 06-2100 van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak 200.022.110/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 maart 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft USA beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Keus strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt USA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.