ECLI:NL:HR:2011:BU1908
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag wegens re-integratieverzuim
In deze zaak stond de opzegging van een arbeidsovereenkomst centraal, waarbij de werknemer (eiseres) werd ontslagen wegens het niet voldoen aan haar re-integratieverplichtingen. Eiseres vorderde doorbetaling van loon en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Rotterdam, gevolgd door een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het rechtmatige ontslag wegens niet voldoen aan re-integratieverplichtingen.