ECLI:NL:HR:2011:BU3449

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01068
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd en werd vertegenwoordigd door mr. J.Y. Taekema. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verlaging van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren naar zeven jaren en zeven maanden.

De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde derhalve uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging betreffende de duur van de gevangenisstraf en handhaafde het overige arrest.

De uitspraak werd gewezen door raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), J.P. Balkema en J. de Hullu, en uitgesproken op 20 december 2011.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van acht jaar naar zeven jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

20 december 2011
Strafkamer
nr. 10/01068
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 maart 2010, nummer 22/006587-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-West, locatie Dordtse Poorten" te Dordrecht.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot een verlaging van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis.
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht jaren.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zeven jaren en zeven maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 december 2011.