ECLI:NL:HR:2011:BU3786

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:253a lid 2 onder a BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opleggen tijdelijk contactverbod afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak verzocht de vader, wonende te een woonplaats, in cassatie tegen eerdere beschikkingen van de rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage die betrekking hadden op een tijdelijk contactverbod op grond van artikel 1:253a lid 2 onder a BW.

De moeder, eveneens wonende te een woonplaats, was verweerster in cassatie. Het cassatieberoep richtte zich tegen de bevestiging van het contactverbod door het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom werd het beroep van de vader verworpen en bleef het contactverbod in stand zoals vastgesteld in de eerdere instanties.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het tijdelijk contactverbod blijft van kracht.

Uitspraak

2 december 2011
Eerste Kamer
Nr. 10/04576
RM/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. Z.B. Gyömörei,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 06-2202/263197 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 19 oktober 2007;
b. de beschikkingen in de zaak 105.012.380/01 (R07/1816) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 februari 2009 en 21 juli 2010.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide beschikkingen van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 december 2011.