ECLI:NL:HR:2011:BU4020
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Toepassing griffierechten bij cassatie in schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de toepassing van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken (Wgbz) in het kader van cassatieberoep tegen een beslissing tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster, een schuldenaar die onder de schuldsaneringsregeling viel, was in hoger beroep en cassatie gegaan tegen het besluit van het gerechtshof om het verzoek tot beëindiging van de regeling toe te wijzen.
De kern van de beoordeling betrof de vraag of voor het instellen van cassatie tegen een dergelijk besluit griffierecht verschuldigd is. De Hoge Raad bevestigde dat op grond van art. 4 lid 2 onder Pro i Wgbz geen griffierecht wordt geheven voor verzoekschriften tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en dat deze vrijstelling ook geldt voor cassatieberoepen tegen besluiten tot beëindiging van die regeling. Dit volgt uit de ratio van de regeling om de toegankelijkheid van de schuldsaneringsregeling te bevorderen en het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verzoekster en verklaarde het aanvullend verzoekschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De overige klachten werden niet behandeld omdat zij niet tot cassatie konden leiden. Hiermee werd bevestigd dat schuldenaren die in cassatie gaan tegen beëindiging van de schuldsaneringsregeling geen griffierecht hoeven te betalen, ondanks de termijnoverschrijding bij betaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het aanvullend verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaard.