ECLI:NL:HR:2011:BU4912

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieverzoek inzake cessantia-uitkering in Antillenzaak

Verzoekster, woonachtig in Nederland, stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba betreffende een arbeidsrechtelijke kwestie over een cessantia-uitkering. De zaak betrof een geschil tussen verzoekster en Analytisch Diagnostisch Centrum N.V., gevestigd te Curaçao.

De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van lagere instanties en stelde vast dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde verzoekster in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 2.584,34. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 18 november 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

18 november 2011
Eerste Kamer
nr. 10/01237
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
ANALYTISCH DIAGNOSTISCH CENTRUM N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey en mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en ADC.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak onder E.J. nr. 64/2009 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 10 juni 2009;
b. de beschikking in de zaak EJ-64/09-H-189/09 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 18 december 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
ADC heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ADC begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 18 november 2011.