ECLI:NL:HR:2011:BU4937
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid richtlijn kinderalimentatie met wettelijke bevoegdheid rechter-commissaris bij schuldsanering
In deze zaak gaat het om de vraag of de richtlijn ‘4.7.2 Kinderalimentatie’ uit het Rapport Alimentatienormen 2010 verenigbaar is met artikel 295 lid 3 van Pro de Faillissementswet, dat de rechter-commissaris discretionaire bevoegdheid geeft om het vrij te laten bedrag bij schuldsanering te verhogen.
De man, die onder de schuldsaneringsregeling valt, vorderde vermindering van zijn kinderalimentatieverplichting. Het hof had de alimentatie vastgesteld op een bedrag van €136 per kind per maand, aansluitend bij de richtlijn die een verhoging van het vrij te laten bedrag met kinderalimentatie tot dat maximum aanbeveelt.
De Hoge Raad oordeelt dat deze richtlijn onverenigbaar is met de wettelijke bevoegdheid van de rechter-commissaris en dat het toekennen van een feitelijke voorrangspositie aan kinderalimentatievorderingen de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat. De beschikking van het hof wordt daarom vernietigd, zonder nadeel voor de rechten van partijen.
De uitspraak benadrukt dat bij vaststelling of wijziging van kinderalimentatie de rechter zich moet richten naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en niet vooruit mag lopen op een verhoging van het vrij te laten bedrag op basis van richtlijnen die niet wettelijk zijn verankerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof omdat de richtlijn inzake kinderalimentatie onverenigbaar is met de wettelijke bevoegdheid van de rechter-commissaris.