ECLI:NL:HR:2011:BU5638
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt en verwijst belastingnavorderingszaken wegens onjuiste hofuitspraak
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd over de jaren 1990 tot en met 2000 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en vermogensbelasting (VB), inclusief verhogingen en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boetes, waarna belanghebbende beroep instelde bij het hof.
Het hof verklaarde de beroepen deels gegrond, vernietigde enkele aanslagen en boetebeschikkingen, en matigde of schold gedeeltelijk de overige verhogingen kwijt. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken, waarbij de Staatssecretaris van Financiën ook cassatieberoep instelde maar later introk.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld over het bewijs en de beoordeling van de boetes, en dat het hof verzuimd had bepaalde gerelateerde beschikkingen te vernietigen. De Hoge Raad vernietigde daarom delen van het hofarrest en verwees de zaken terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de arresten van 15 april 2011.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de Staatssecretaris in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. De zaak betreft complexe fiscale navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen binnen het zogenoemde Rekeningenproject.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt delen van het hofarrest en verwijst de zaken terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.