ECLI:NL:HR:2011:BU5640

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02356
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:904 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vernietiging van bindend advies afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak vordert eiser vernietiging van een bindend advies op grond van artikel 7:904 BW Pro. De procedure doorliep de rechtbank Alkmaar en het gerechtshof Amsterdam, waarbij laatstgenoemde het bindend advies in stand hield. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en constateert dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij aan de zijde van verweerder nihil is begroot. Het arrest is gewezen door een kamer van drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 25 november 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

25 november 2011
Eerste Kamer
10/02356
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te Winkel, gemeente Niedorp,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
Cornelis REZELMAN,
wonende te Kreileroord, gemeente Wieringermeer,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Vis en Rezelman.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97608/HA ZA 07-736 van de rechtbank Alkmaar van 14 november 2007 en 9 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.013.013/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Vis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Rezelman is verstek verleend.
Vis heeft afgezien van schriftelijke toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Vis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rezelman begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 november 2011.