ECLI:NL:HR:2011:BU6511
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boeten, maar het Hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, en matigde de aanslagen, boeten en verhogingen.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën trok zijn eigen cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof miskenning had gemaakt van eerdere arresten van de Hoge Raad, met name het arrest van 15 april 2011, en dat het arrest van het Hof daarom niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof voor zover het betrekking had op de verhogingen over 1992-1998 en de boeten over 1999-2000, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de Hoge Raad-arresten. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten aan belanghebbende. Het verzoek van belanghebbende om de Staat te veroordelen in de kosten van diens ingetrokken cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor de verhogingen 1992-1998 en boeten 1999-2000, en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.