ECLI:NL:HR:2011:BU6514
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten in vermogensbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de aanslagen en boeten en paste deze aan met gedeeltelijke kwijtschelding.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, terwijl de Staatssecretaris van Financiën haar cassatieberoep introk. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de verhogingen en boeten had beoordeeld zonder voldoende acht te slaan op eerdere arresten van de Hoge Raad, met name het arrest van 15 april 2011.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het betrekking had op de verhogingen over 1992-1998 en de boeten over 1999-2000 en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten van belanghebbende. Het verzoek van belanghebbende tot kostenveroordeling van de Staatssecretaris werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor de verhogingen 1992-1998 en boeten 1999-2000, en de zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage.