ECLI:NL:HR:2011:BU6517
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boeten en verhogingen vermogensbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het Hof vernietigde deze uitspraken, verminderde de aanslagen en schold de verhogingen gedeeltelijk kwijt.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, terwijl de Staatssecretaris van Financiën haar cassatieberoep introk. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het arrest van 15 april 2011 onvoldoende had toegepast en dat de boeten en verhogingen voor de genoemde jaren niet in stand konden blijven.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof voor zover het de boeten en verhogingen betrof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Belanghebbende's verzoek om de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten van diens ingetrokken cassatieberoep werd afgewezen, omdat geen proceshandelingen waren verricht die dit rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.