ECLI:NL:HR:2011:BU7633
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef in diefstalzaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Zutphen waarbij de aanvrager is veroordeeld voor diefstal van een auto met braak. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op onregelmatigheden bij een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006, waarbij de hondengeleider mogelijk op de hoogte was van de sorteervolgorde van geurdragers, wat de betrouwbaarheid van de proef aantast.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel deze onregelmatigheid de betrouwbaarheid van de geuridentificatieproef in twijfel trekt, het resultaat van deze proef niet als bewijs is gebruikt in de tenlastelegging. Hierdoor ontbreekt het ernstig vermoeden dat de rechter de aanvrager zonder deze proef zou hebben vrijgesproken. De aanvrage voldoet daarmee niet aan de vereisten van artikel 457 lid 1 aanhef Pro en onder 2° Sv.
De Hoge Raad bevestigt dat voor herziening slechts omstandigheden kunnen dienen die, indien bekend geweest, tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een minder zware straf zouden hebben geleid. Omdat het bewijs van de geuridentificatieproef niet is gebruikt, is geen sprake van een dergelijke omstandigheid. De aanvrage wordt dan ook afgewezen en het oorspronkelijke vonnis blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat de geuridentificatieproef niet als bewijs is gebruikt en er geen ernstig vermoeden bestaat dat de rechter anders zou hebben geoordeeld.