ECLI:NL:HR:2011:BU8280
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoeken tot wraking van raadsheren in cassatieprocedures belastingzaken
Verzoeker heeft wrakingsverzoeken ingediend tegen raadsheren die betrokken waren bij vijf arresten van de Hoge Raad waarin zijn cassatieberoepen werden verworpen. Tevens verzocht hij wraking in een afzonderlijke zaak met een andere samenstelling van raadsheren. De wrakingsverzoeken zijn behandeld door de Vierde kamer van de Hoge Raad, waarbij de betrokken raadsheren niet zijn gehoord omdat zij niet wensten te berusten in de verzoeken.
De wrakingsverzoeken zijn gebaseerd op het feit dat verzoeker het niet eens is met de eerdere uitspraken van de raadsheren. Volgens de Hoge Raad is dit echter geen feit of omstandigheid die de rechterlijke onpartijdigheid kan schaden. De toepasselijke wetgeving, met name artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 29 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is daarbij van belang.
Na mondelinge behandeling en bestudering van aanvullende stukken concludeerde de Advocaat-Generaal tot afwijzing van de verzoeken. De Hoge Raad heeft vervolgens de wrakingsverzoeken ongegrond verklaard en afgewezen.
Deze beslissing werd op 16 december 2011 in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven namens de Vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van president G.J.M. Corstens.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de verzoeken tot wraking van de raadsheren af wegens gebrek aan gegronde twijfel aan onpartijdigheid.