ECLI:NL:HR:2011:BU8319

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04046
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:251a BWArt. 1:377a BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toekenning eenhoofdig gezag, omgang en kinderalimentatie afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak heeft de vader cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende het verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag, omgangsregelingen en kinderalimentatie. De moeder, zonder bekende woon- of verblijfplaats, heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam die aan deze beschikking zijn gehecht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het hofbesluit in stand. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 16 december 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het hofbesluit blijft in stand.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
10/04046
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
[De moeder],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L.C.W.M. van Kessel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 396048 / FA RK 08-2909 van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.057.553/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 juni 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.