ECLI:NL:HR:2011:BU8748
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid aanvrage tot herziening wegens ontbreken nieuwe feiten
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2004, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal met verbreking en overtreding van de Opiumwet. De Hoge Raad beoordeelt of de aanvrage voldoet aan de wettelijke vereisten voor herziening, waaronder het aanvoeren van nieuwe feiten die bij de eerdere terechtzitting niet bekend waren en die het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden.
De Hoge Raad stelt vast dat de aanvrage niet voldoet aan artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, omdat zij geen nieuwe feitelijke omstandigheden bevat noch bewijsmiddelen die deze ondersteunen. Hierdoor kan de aanvrage niet worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaart daarom de aanvrage niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het eerdere arrest zonder inhoudelijke behandeling van de herzieningsgrond. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer en uitgesproken op 20 december 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten en bewijsmiddelen.