ECLI:NL:HR:2012:BT5858
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 10d Wet Vpb ondanks internationale verdragsbepalingen
Belanghebbende, onderdeel van een internationaal concern, kreeg voor 2004 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een verliesvaststelling die na bezwaar gehandhaafd bleef. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, waarbij de toepassing van artikel 10d Wet Vpb ter discussie stond vanwege mogelijke strijd met internationale verdragen en EU-recht.
De Hoge Raad beoordeelde of artikel 10d Wet Vpb, dat de aftrek van negatief groepsrente saldo beperkt, in strijd is met het arm's length beginsel zoals vervat in de belastingverdragen met Frankrijk, Duitsland en Portugal, en met het discriminatieverbod en EU-vrijheden. De Raad concludeerde dat deze verdragsbepalingen en EU-regels de toepassing van artikel 10d niet verhinderen, mede omdat artikel 10d de totale financieringsstructuur beoordeelt en niet slechts individuele leningen.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende en bevestigde dat artikel 10d Wet Vpb rechtmatig is toegepast. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van artikel 10d Wet Vpb.