ECLI:NL:HR:2012:BT7076
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken inhoud bewijsmiddelen en verwijst zaak terug
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem in een strafzaak betreffende onjuiste aangiften omzetbelasting en deelname aan een criminele organisatie.
De verdachte werd ervan beschuldigd in de periode van juli 2001 tot mei 2004 opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te hebben gedaan en deel te hebben genomen aan een organisatie die valse facturen gebruikte en onjuiste belastingaangiften deed. Het hof had het bewijs hiervan aanvaard, maar in het arrest ontbrak de weergave van de inhoud van enkele bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit niet voldoet aan de vereisten van artikel 359 lid 3 juncto Pro artikel 415 Sv Pro, die voorschrijven dat de beslissing moet steunen op de inhoud van de in de uitspraak opgenomen bewijsmiddelen. Hierdoor kon het arrest niet in stand blijven. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening.
Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat het hof bij de hernieuwde behandeling rekening moet houden met de antwoorden op prejudiciële vragen van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Lebara Ltd, die onder meer betrekking hebben op de kwalificatie van het verlenen van een recht om te bellen als een belastbare dienst.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Dorst en raadsheren Ilsink en de Hullu, en uitgesproken op 13 maart 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens het ontbreken van de inhoud van bewijsmiddelen en de zaak is verwezen voor hernieuwde berechting.