ECLI:NL:HR:2012:BU3604
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring overtreding rusttijden wegvervoer binnen EU-lidstaten
In deze strafzaak is verdachte vervolgd wegens het niet naleven van artikel 8 van Pro Verordening (EEG) nr. 3820/85, betreffende de dagelijkse rusttijden van bestuurders in het wegvervoer. Het hof Arnhem heeft bewezen verklaard dat meerdere bestuurders onder leiding van verdachte als werkgever de rusttijden niet hebben nageleefd tijdens grensoverschrijdend vervoer tussen Nederland, België en Duitsland.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat niet kon worden bewezen dat de ritten daadwerkelijk tussen de genoemde landen plaatsvonden en dat de tenlastelegging onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat uit de bewijsmiddelen, waaronder tachograafgegevens en processen-verbaal van inspecteurs, voldoende is af te leiden dat het wegvervoer binnen de EU-lidstaten heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de tenlastelegging heeft gewijzigd en dat de bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte voor het niet naleven van de rusttijden in het wegvervoer binnen de genoemde landen in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor overtreding van rusttijden in het grensoverschrijdend wegvervoer binnen Nederland, België en Duitsland blijft in stand.