ECLI:NL:HR:2012:BU3997

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal met geweld en bedreiging bevestigd door Hoge Raad

De verdachte werd door de rechtbank Dordrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren wegens diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld, gepleegd door meerdere verenigde personen. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit vonnis in hoger beroep, met uitzondering van enkele beslissingen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest dat de beslissingen over de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel betrof, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Het cassatieberoep werd dan ook verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef voor zover het de veroordeling betreft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf wordt bevestigd.

Uitspraak

17 januari 2012
Strafkamer
nr. S 11/01054
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2010, nummer 22/000515-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Midden Holland, locatie Haarlem" te Haarlem.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - (de Hoge Raad leest:) behoudens wat betreft de beslissingen inzake de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel - bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht van 22 januari 2009, waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake van "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" tot een gevangenisstraf van vijf jaren. Het Hof heeft omtrent de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] beslist zoals in het bestreden arrest is weergegeven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.J.W.F. Deen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het Hof het vonnis wat betreft de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de oplegging ten behoeve van de benadeelde partij van een schadevergoedingsmaatregel heeft bevestigd, dat de Hoge Raad het vonnis van de Rechtbank in zoverre vernietigt en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 januari 2012.