Conclusie
Het middel
- overleg hebben gevoerd en plannen en/of afspraken hebben gemaakt over de handelswijze bij het stelen van die hennep en
- naar de plaats van het misdrijf zijn gegaan met medeneming van tie rips en bivakmutsen en een breekijzer en handschoenen en een flesje met bijtende en/of prikkende en/of weerloos makende stof
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging me met geweld bestond uit het met een wapen afvuren van kogels op die [slachtoffer].”
a. Op woensdag 26 mei 2010, omstreeks 01.40 uur komt er bij de politie een melding binnen dat er op het adres [a-straat 1] te Someren een man is beschoten. Ter plaatse troffen verbalisanten het slachtoffer [slachtoffer], liggend op de keukenvloer aan. Tevens wordt de partner van [slachtoffer], [betrokkene 1] aangetroffen. (zie dossier pagina's 862-863);
b. [slachtoffer] is hierop overgebracht naar het Catharinaziekenhuis te Eindhoven waar een schotwond in de buik wordt geconstateerd. De entreeplaats bevindt zich onder het borstbeen. Er is geen uitschotwond. Er wordt letsel aan de lever geconstateerd en middels een spoedoperatie is de kogel uit het lichaam van [slachtoffer] verwijderd, (zie dossier pagina 189)
c. [slachtoffer] doet enkele dagen later aangifte en verklaart onder meer het volgende:
Ik kom uit de douche gelopen en ik loop richting het tuinhuisje waar ik slaap. Mijn vriendin was in dat tuinhuisje. Toen ik die richting in liep zag ik twee mannen op de inrit staan. Ze keken naar mij en meteen dat ze keken richtten ze een pistool met een demper op mij. In een flits van een seconde dacht ik Polen, Slavisch, ziet er niet goed uit wegwezen hier. Ik dacht: als een dolle naar het tuinhuisje toe. Ik zie een van die twee achter mij aan, al schietend. Ik duik in het tuinhuisje achter het bed en toen heeft hij door het bed geschoten, toen heeft hij mij geraakt. De andere keer heeft hij mij niet geraakt. Ik heb in het verleden via uitzendbureaus vaak met Polen en Slavische jongens gewerkt. Dat uiterlijk hadden ze heel sterk. (zie dossier pagina 174)
d. Op het adres [a-straat] te Someren is nabij de woning een loods. In deze loods worden in de gierkelder volledig ingerichte kweekcellen voor het telen van hennep aangetroffen. In drie ruimtes worden in totaal 600 hennepplanten aangetroffen. (Zie dossier pagina 264-265)
e. Medeverdachte [betrokkene 2] heeft onder meer het volgende verklaard: Ik heb op maandag 24 mei 2010 van een kennis uit Duitsland over de telefoon vernomen dat er in Someren een wiethok zou staan. Ik had van hem gehoord dat er maar een persoon aanwezig zou zijn op het hele terrein. Ik heb ervoor gekozen om een sporttas met gereedschap mee te nemen. Ik heb toen een setje inbussleutels, tierips, een knipschaar en bivakmutsen meegenomen. Mijn informant zei dat hij wel een aantal jongens kende die mee wilden helpen. Hij zei dat er op 25 mei 2010 jongens zouden komen die het erover zouden hebben. Hij zei dat ze naar het café [B] zouden komen. Café [B] is mijn kroeg. (Zie dossier pagina 1877) Toen [betrokkene 3] en [verdachte] mij in de sloot troffen hebben wij dezelfde route terug naar de auto gelopen. Ik weet nog dat toen ik in de sloot lag dat ik een zwarte geroeste koevoet bij me had. Ook had ik een donkerblauwe nike sporttas bij me waar het gereedschap in lag. Toen we terug naar de auto gingen heb ik de koevoet in de sloot laten liggen. (Zie dossier pagina 1880)
[betrokkene 4] (het hof begrijpt [...]) is een blonde jongen. [verdachte] (het hof begrijpt verdachte) was er ook bij. Deze twee zijn naar Antwerpen gereden. Deze hebben daar de oom van [verdachte] (het hof begrijpt [...]) opgehaald en een man genaamd [betrokkene 3] (het hof begrijpt [...]). Met die vier ben ik boven in het café geweest. Daar hebben we besproken hoe de situatie was. We zijn met twee auto's vertrokken. In de Opel zat ik en [betrokkene 3] en [verdachte]. De anderen zaten in het busje. Ik was van mening dat er eerst gekeken zou worden.
Als er iemand werd aangetroffen zou die persoon mee moeten helpen of met tie rips worden vastgebonden. De andere vier zouden kijken hoeveel mensen er waren en of er een camera was. Ik had een 6 a 7 tal "boeien" gemaakt door twee tie rips aan elkaar te maken. Deze heb ik onder de anderen verdeeld. Daar zouden ze eventueel de aangetroffen personen mee binden. Ik ben in de bomenrij in de sloot gaan liggen en nummer zes is naast een boom gaan staan. Vervolgens zag ik dat de vier anderen achter elkaar langs de loods afslopen richting de caravan. Ze verdwenen alle vier uit mijn gezichtsveld. Heel kort daarna zag ik in het licht een schreeuwende jongen hard weglopen. Ik zie dan niemand meer maar ik hoor wel schreeuwen. Vervolgens hoor ik twee geluiden. Vervolgens hoor ik een paar seconden later weer drie van dezelfde soort geluiden. Bijna gelijktijdig zie ik ze met zijn vieren langs de loods terug komen lopen. [verdachte] zag ik als eerste en hij zei tegen mij dat we weg moesten. Vervolgens zijn we naar de auto's gelopen. Ik ben weer in de Opel gaan zitten met [betrokkene 3] en [verdachte]. Busje reed achteruit en wij zijn erachteraan gegaan. (Zie dossier pagina's 1890-1903) We zijn op maandag in de avond op verkenning gegaan. [betrokkene 4] was op de hoogte hoe het eruit zag daar. lk ben samen met [verdachte] en [betrokkene 4] daar naar toe gereden met de Opel. We hebben daar buiten de auto nog staan kijken naar de achterkant van het terrein. Op dinsdag 25 mei 2010 zijn [betrokkene 4] en [verdachte] omstreeks 17.00 uur terug gekomen in het café. Toen waren ze in het gezelschap van de oom van [verdachte] en [betrokkene 3]. We hebben toen de zaak doorgesproken. [betrokkene 4] had een schets gemaakt van de situatie. We hebben afgesproken wat voor taken er zijn en welke ingevuld moesten worden. Er zouden op verschillende punten mensen gaan staan om de zaak te bekijken en te beveiligen. Als er mensen zouden worden aangetroffen dan zouden die mee moeten werken. Zo niet dan zouden die worden vastgebonden met tie rips. lk denk dat ik rond 18.30 uur a 19.00 naar huis gereden ben in [plaats]. [verdachte] heeft mij daar daartoe gereden. Ik heb thuis een donker blauwe Nike tas gepakt. Daarin heb ik gereedschap gedaan. Ook had ik de tie rips bij elkaar gezocht. Ook een breekijzer heb ik ingepakt. In het café had ik de vuilniszakken in voorraad liggen. Het busje is dinsdag door mijn vader opgehaald. De zesde persoon is mijn vader. Ik vertrouwde het busje niet toe aan vreemden. Ik ben samen met [betrokkene 3] en [verdachte] in de Opel gestapt. [verdachte] heeft gereden zowel heen als terug. De tas met gereedschap lag in de auto. De vuilniszakken lagen in het busje. Ik had ook bivakmutsen meegenomen in de auto. In het busje zijn mijn vader, [betrokkene 4] en de oom van [verdachte] gestapt.
f. Verdachte heeft onder meer het volgende verklaard:
Ik heb bepaalde mensen ontmoet en die hebben mij dit aangeboden. Mij was uitgelegd waar het was en dat die mensen handelden in hash. Mijn rol was daar naar toe te rijden. Vervolgens te observeren. Ik zou daar geld voor krijgen. Ik zag in de auto een vuurwapen. Men had zich in 2 groepen gesplitst. Degene die een vuurwapen bij zich hadden, gingen in de andere auto zitten. Vanuit België naar Someren en vervolgens op de terugweg, zaten steeds dezelfde personen in mijn auto. Ik heb 1 vuurwapen gezien. Het pistool zat achter zijn broeksriem. (Zie dossier pagina's 2085-2086) Ik dacht dat het vuurwapen voor de afschrikking gebruikt zou worden.
(Zie dossier pagina 2091)
Men heeft mij verteld dat er een crimineel bezig was met een plantage. Ik zou de mensen van en naar de plek moeten brengen. Ik ben bij de voorverkenning geweest. Dit was de dag voor de overval. Ik wist wel dat we iets gingen doen dat strafbaar was. Men vertelde mij dat men die struiken wilde stelen. Men ging de plantage stelen en verkopen. (Zie dossier pagina 2137)
Uit het huurcontract van VH huurwagens blijkt dat van 25 mei 2010 te 17.00 uur tot 26 mei 2010 16.40 uur een bestelwagen, Mercedes Sprinter met kenteken [BB-00-BB] is verhuurd aan [betrokkene 7] uit [plaats]. (Zie dossier pagina 905)
Uit de track en trace gegevens van voornoemde bus blijkt dat deze bestelbus op 26 mei 2010 van 0:23:59 uur tot 1:46:28 uur op de [e-straat] te Someren was en toen vanaf daar vertrok. (Zie dossier pagina 1037)
Op 26 mei 2010 om 2:38:49 uur stopt de bus op de [b-straat] te [plaats] (België).
Om 02:55:01 uur vertrekt het voertuig daar en stopt op 26 mei 2010 om 3:08:10 uur op de [d-straat 2] te [plaats] (België). De [b-straat] is een zijstraat van de [c-straat] te [plaats]. Op [c-straat 1] zijn de verdachten [betrokkene 7] en [betrokkene 2] woonachtig. Op [d-straat 1] te [plaats] is café [B] gevestigd.(Zie dossier pagina's 1015-1017)
j . Kort nadat verdachte en de medeverdachten zijn gevlucht vanaf het terrein aan de [a-straat 1], zijn [betrokkene 2], verdachte en [betrokkene 6] door de politie aangehouden in de Opel Omega. (Zie dossier pagina's 875-876)
Achter in de auto werd een sporttas van het merk Nike aangetroffen. In deze sporttas werden onder andere een bundel witte draadbinders, gereedschap, een zaklamp, latex handschoenen en een flesje vloeistof aangetroffen. Verder werden in de auto een aantal bivakmutsen aangetroffen.
(Zie dossier forensisch technische ondersteuning, proces-verbaalnummer PL2219 2010077222-43, blad 2-3)
(Zie dossier pagina 1650) Ten aanzien van de poging tot diefstal in vereniging.
Verdachte heeft het wapen gezien en wist daarmee naar het oordeel van het hof ook dat dit wapen gebruikt zou kunnen worden. Op zijn minst heeft hij bewust de aanmerkelijke kans op de koop toegenomen dat het wapen bij de diefstal van de hennep zou worden gebruikt.”
vervullingswijzevan de kwalificerende omstandigheid ‘geweld’”. [6] Het meest aansprekende voorbeeld wordt daarbij gevormd door HR 16 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG2139, waarin het ging om een vooraf beraamde overval. De verdachte bestuurde daarbij de scooter, zijn achterop de scooter gezeten mededader rukte volgens plan de tas met inhoud uit de handen van het slachtoffer. Toen de echtgenoot van het slachtoffer haar te hulp kwam, werd die echtgenoot door de mededader neergeschoten. De verdachte wist dat er geweld zou worden gebruikt (bestaande uit het weggrissen van de tas), maar wist niet dat zijn mededader een vuurwapen bij zich had. Toch werd ook het gebruik van het vuurwapen bewezenverklaard als onderdeel van het geweld waarmee de diefstal van de tas gepaard was gegaan en het dodelijk gevolg daarvan – de echtgenoot overleefde het niet – aan de verdachte toegerekend. Daarover klaagde het middel, maar de Hoge Raad deed de zaak af met art. 81 RO Pro. Het tweede voorbeeld dat Postma geeft, wordt gevormd door HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2105, waarin het ging om een poging tot afpersing. De verdachte bleef buiten op de uitkijk staan, binnen liep de afpersing uit de hand. Het slachtoffer liet zich niet dwingen, maar ging met een keukenmes de beide mededaders te lijf. Uiteindelijk wordt het slachtoffer door een van de mededaders met zijn eigen keukenmes doodgestoken. Het dodelijk gevolg wordt door het Hof aan de verdachte toegerekend, hoewel die geen opzet zal hebben gehad op het doden van het slachtoffer. Dat specifieke opzet op het door de mededaders daadwerkelijk gepleegde geweld lijkt door de Hoge Raad niet te worden geëist. Hij overwoog dat de verdachte zich bewust was geweest van de aanmerkelijke kans dat de twee mededaders “geweld” zouden gebruiken om het slachtoffer tot afgifte te bewegen en die kans ook had aanvaard. Daarmee was kennelijk aan het opzetvereiste voldaan. Met betrekking tot het causale verband tussen de poging tot afpersing (waarop de verdachte opzet had) en de dood van het slachtoffer oordeelde de Hoge Raad dat toerekening redelijk was.