ECLI:NL:HR:2012:BU4008
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Op 17 januari 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, waarbij het cassatieberoep werd ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 oktober 2010.
De verdachte heeft geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn, zoals vereist onder artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor is niet voldaan aan een essentieel procesvereiste voor ontvankelijkheid in cassatie.
De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De Hoge Raad bevestigde dit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.