ECLI:NL:HR:2012:BU5263
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beroep tegen beslagbeslissing bij lopende strafzaak
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Breda waarin het klaagschrift van de klager tot teruggave van een inbeslaggenomen personenauto ongegrond werd verklaard. De auto was in beslag genomen in een strafzaak tegen een ander dan de klager.
De Hoge Raad oordeelt dat door het vonnis in de strafzaak waarin de auto verbeurd is verklaard, het belang van de klager om tegen de beslagbeslissing in het klaagschrift op te komen, is komen te vervallen. De bestreden beschikking is immers een voorlopige beslissing in afwachting van het strafrechterlijk oordeel.
Volgens artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering kan pas na het uitvoerbaar worden van de verbeurdverklaring een nieuwe beslissing volgen. Daarom verklaart de Hoge Raad de klager niet-ontvankelijk in zijn beroep. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 17 april 2012.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in beroep tegen beslagbeslissing zolang verbeurdverklaring niet uitvoerbaar is.