ECLI:NL:HR:2012:BU6552
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat stil pandrecht niet geldt voor toekomstige vorderingen uit derdenstortingen op bankrekening
In deze zaak stond centraal of een stil pandrecht kan worden gevestigd op toekomstige vorderingen die ontstaan door stortingen van derden op de bankrekening van de pandgever. De Hoge Raad oordeelde dat dergelijke toekomstige vorderingen niet rechtstreeks voortvloeien uit de rekening-courantverhouding en dus niet onder het stil pandrecht vallen, conform de gelijke maatstaf van art. 3:239 lid 1 BW Pro en art. 475 Rv Pro.
De curator vorderde betaling van € 37.500,--, bestaande uit bedragen die na het opmaken van de pandlijst door derden op de rekening van de pandgever waren gestort en vervolgens waren overgemaakt naar de oude rekening bij de Rabobank. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof kende deze toe op grond van art. 54 Faillissementswet Pro, omdat de Rabobank niet te goeder trouw was bij de verrekening, gezien haar kennis van het naderende faillissement.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Rabobank en bevestigde het oordeel van het hof dat het stil pandrecht niet ziet op de bedoelde toekomstige vorderingen en dat de Rabobank niet te goeder trouw handelde bij de verrekening. De Rabobank werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Rabobank wordt verworpen; het stil pandrecht geldt niet voor toekomstige vorderingen uit derdenstortingen en de Rabobank handelde niet te goeder trouw.