ECLI:NL:HR:2012:BU7280
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat het middel gegrond was en heeft de opgelegde gevangenisstraf verminderd van acht maanden naar zeven maanden en twee weken.
De verdachte klaagde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden vanwege het te laat inzenden van stukken door het hof. De Hoge Raad erkende deze overschrijding, wat de grond vormde voor de strafvermindering.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het beroep van de verdachte en oordeelde dat geen andere gronden aanwezig waren om het arrest ambtshalve te vernietigen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 7 februari 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht maanden naar zeven maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.