ECLI:NL:PHR:2012:BU7280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid openen FedEx-enveloppe door douane zonder rechterlijk bevel
In deze zaak stond centraal of het openen van een FedEx-enveloppe door een medewerker van FedEx, in aanwezigheid van een douaneambtenaar, zonder machtiging van de rechter-commissaris onrechtmatig was. De enveloppe bevatte een stortingsbewijs van 200 miljoen dollar, dat als bewijsstuk diende in een strafzaak tegen verdachte.
De FedEx-verzendingsvoorwaarden, die op de vrachtbrief stonden vermeld, bevatten een clausule dat zendingen te allen tijde geopend en geïnspecteerd mogen worden door FedEx of bevoegde autoriteiten, waaronder de douane. De Hoge Raad bevestigde dat door het verzenden via FedEx de afzender instemt met deze voorwaarden, waardoor geen rechterlijk bevel vereist is om de enveloppe te openen.
De verdediging voerde aan dat de douane zonder specifieke wettelijke bevoegdheid de enveloppe niet had mogen openen, en dat de algemene voorwaarden van FedEx het wettelijke regime van de Douanewet niet kunnen overrulen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en verwees naar het vervallen art. 26 lid 1 Douanewet Pro, dat toen het openen zonder rechterlijk bevel alleen toestond indien de afzender toestemming gaf, wat hier het geval was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor cassatie was overschreden, maar de Hoge Raad zag geen reden om de straf te vernietigen en beperkte zich tot een strafvermindering. Het cassatieberoep werd verder verworpen.
Deze uitspraak bevestigt de geldigheid van het bewijs verkregen door het openen van de FedEx-enveloppe en onderstreept het belang van de contractuele voorwaarden in het kader van douane-inspecties.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het openen van de FedEx-enveloppe niet onrechtmatig was en wijzigt de straf wegens termijnoverschrijding.