ECLI:NL:HR:2012:BU7627
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het beroep onderzocht en geoordeeld dat een van de middelen geen middel in de zin van de wet is en daarom onbesproken blijft. Twee andere middelen worden zonder nadere motivering verworpen op grond van artikel 81 RO Pro.
Belangrijk is het middel dat klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De Hoge Raad constateert dat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn is overschreden.
Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 32 maanden tot 28 maanden. De rest van het beroep wordt verworpen en de Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de strafkamer op 14 februari 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 28 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.