2.2. Het Hof heeft onder het kopje "oplegging van straf en/of maatregel" als volgt overwogen:
"De advocaat-generaal heeft - conform de strafoplegging van de rechtbank - gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft over twee jaren niet binnen de termijn zijn aangifte voor de inkomensbelasting gedaan. Hij heeft aldus bewust nagelaten te voldoen aan zijn verplichtingen jegens de belastingdienst. Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken kan worden opgemaakt dat het tijdig doen van de aangiften zou hebben kunnen leiden tot te betalen aanslagen van in totaal € 184.729. Het hof gaat bij de straftoemeting uit van dit bedrag als benadelingsbedrag. De verdachte heeft daarmee de belastingdienst, en daarmee de Nederlandse samenleving, benadeeld. Het hof heeft in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het Uittreksel Justitiële Documentatie, dat aangeeft dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Gezien het bovenstaande is het hof van oordeel dat volstaan kan worden met een straf die niet inhoudt dat verdachte naar de gevangenis moet. Het hof acht een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een gevangenisstraf van 120 uur passend en geboden. Het hof gaat er bij deze strafoplegging vanuit dat de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, in overeenstemming met de gebruikelijke praktijk, zal worden tenuitvoergelegd in de vorm van elektronische detentie.
Daarnaast zal een taakstraf van 120 uur worden opgelegd.
(...)
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis."