ECLI:NL:HR:2012:BV0471
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid boetebeschikkingen en terugbetaling invorderingskosten na herroeping
In deze zaak gaat het om bestuurlijke boetes die zijn opgelegd aan een vennootschap onder firma (VOF) wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na ontbinding van de VOF werd het bedrijf voortgezet door een gewezen vennoot als eenmanszaak.
De staatssecretaris legde aan de VOF twee boetes op, waartegen bezwaar werd gemaakt. Ondanks het bezwaar werden dwangbevelen uitgevaardigd en betekend aan de gewezen vennoot. De rechtbank verklaarde het verzet tegen de dwangbevelen deels gegrond en de minister herroept later de boetebeschikkingen omdat deze ten onrechte aan de VOF waren opgelegd in plaats van aan de gewezen vennoot.
Het hof stelde vast dat de kosten van invordering niet langer verschuldigd zijn nadat de boetebeschikkingen zijn herroepen en onrechtmatig zijn verklaard jegens de gewezen vennoot. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de Staat af. De financiële sancties, inclusief invorderingskosten, moeten volledig worden teruggedraaid.
De Hoge Raad benadrukt dat de herroeping van de boetebeschikkingen inhoudt dat deze onrechtmatig zijn jegens de gewezen vennoot en dat daarmee ook de kosten van invordering niet meer verschuldigd zijn. De Staat wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat na herroeping van de boetebeschikkingen de kosten van invordering niet langer verschuldigd zijn en wijst het cassatieberoep van de Staat af.