ECLI:NL:HR:2012:BV1439

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05012
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:405 lid 2 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen stilzwijgende instemming met advocaat uurtarief bij honorariumgeschil

In deze civiele zaak stond het honorarium van een advocaat centraal. Eiseres betwistte het door haar advocaat gehanteerde uurtarief en stelde dat zij niet stilzwijgend had ingestemd met deze kosten. De lagere rechterlijke instanties hadden hierover reeds uitspraak gedaan, waarbij het gerechtshof Arnhem het geschil behandelde.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof, en nam kennis van de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het cassatieberoep strekte.

De Hoge Raad oordeelde dat de door eiseres aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd bevestigd dat betwisting van het uurtarief door de cliënt een bevrijdend verweer kan vormen indien geen stilzwijgende instemming is gegeven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

9 maart 2012
Eerste Kamer
10/05012
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 100497/HA ZA 09-217 van de rechtbank Zutphen van 8 juli 2009 en 28 oktober 2009;
b. het arrest in de zaak 200.048.413 van het gerechtshof te Arnhem van 1 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 20 januari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 2.396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 maart 2012.