ECLI:NL:HR:2012:BV1453

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor achterstallige huurpenningen wegens uitlokken wanprestatie huurder

In deze zaak stond de vraag centraal of een bestuurder indirect aansprakelijk kon worden gehouden voor achterstallige huurpenningen, doordat hij bewust had geprofiteerd van en wanprestatie van de huurder had uitgelokt. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof betroffen een huurovereenkomst waarbij wanprestatie was vastgesteld.

De eiseres had tegen de verweerder, die niet was verschenen, een procedure gevoerd waarin zij hoofdelijke veroordeling tot betaling van de achterstallige huurpenningen vorderde. De lagere instanties hadden de aansprakelijkheid van de bestuurder bevestigd. In cassatie werd het beroep verworpen, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling te behandelen.

Het arrest bevestigt dat een bestuurder indirect aansprakelijk kan zijn voor wanprestatie van een huurder indien sprake is van bewust profiteren of uitlokken van die wanprestatie. De Hoge Raad veroordeelde de eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van de verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestuurder wordt hoofdelijke aansprakelijkheid gehouden voor betaling van achterstallige huurpenningen.

Uitspraak

20 januari 2012
Eerste Kamer
10/02781
EV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats]
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 173163/HA ZA 07-591 van de rechtbank Breda van 13 juni 2007 en 16 januari 2008;
b. de arresten in de zaak HD 200.004.530 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juni 2009 (tussenarrest) en 16 maart 2010 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren W.A.M. van Schendel, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 20 januari 2012.