ECLI:NL:HR:2012:BV1885
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over bezwaartermijn bij onjuiste adressering aanslagbiljet
Belanghebbende, woonachtig in Zwitserland, ontving een conserverende aanslag over 2004 die naar zijn oude adres werd gestuurd. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Zowel rechtbank als hof bevestigden dit oordeel en oordeelden dat de Belastingdienst niet te verwijten viel dat het aanslagbiljet naar het oude adres was gestuurd, omdat belanghebbende het nieuwe adres niet op de voorgeschreven wijze had doorgegeven.
In cassatie stelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de Belastingdienst slechts kennis mocht nemen van adreswijzigingen die op een bepaalde wijze waren doorgegeven. De Hoge Raad oordeelde dat de Belastingdienst ook rekening moet houden met adreswijzigingen die op andere voldoende duidelijke wijze zijn gemeld, zoals via aangiftesoftware die door de Belastingdienst is geaccepteerd.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet had onderzocht of belanghebbende zijn nieuwe adres via de aangiftesoftware van Elsevier had doorgegeven en dat de Belastingdienst dit adres had ontvangen. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de onjuiste adressering aan de Belastingdienst te wijten was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor nader onderzoek en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten in cassatie aan de zijde van belanghebbende. De zaak benadrukt dat de Belastingdienst niet mag vasthouden aan een strikt voorgeschreven wijze van adreswijziging indien andere duidelijke meldingen zijn gedaan.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor nadere behandeling.