ECLI:NL:HR:2012:BV2369

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05570
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwikkeling samenwerkingsovereenkomst na ontbinding met afrekening en schadevergoeding

De zaak betreft een geschil tussen De Ascendant en Ega Wen over de afwikkeling van hun samenwerkingsovereenkomst na ontbinding. Eiseres, De Ascendant, stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld over de afrekening en schadevergoeding.

De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met vonnissen in 2004 en 2005, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage tussenarresten en een eindarrest uitbracht in 2008 en 2010. Tegen het eindarrest stelde De Ascendant beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Ascendant werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Hiermee is het hofarrest bekrachtigd, waarmee de afwikkeling van de samenwerkingsovereenkomst en de bijbehorende financiële afrekening definitief is vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van De Ascendant is verworpen en het hofarrest bekrachtigd.

Uitspraak

23 maart 2012
Eerste Kamer
10/05570
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
voorheen handelende onder de naam De Ascendant V.O.F.,
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2]
voorheen handelende onder de naam Ega Wen V.O.F.,
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.A. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Ascendant en Ega Wen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 170160/HA ZA 02-206 van de rechtbank Rotterdam van 14 april 2004 en 26 oktober 2005;
b. de arresten in de zaak 105.004.454/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 mei 2008 (tussenarrest) en 21 september 2010 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft de Ascendant beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ega Wen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Ega Wen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt De Ascendant in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ega Wen begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 maart 2012.