ECLI:NL:HR:2012:BV2956
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake onjuiste aangifte omzetbelasting wegens onvoldoende bewijsfacturen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting over meerdere aangiftetijdvakken tussen oktober 1999 en april 2002. De verdachte werd medepleger geacht vanwege haar rol in de bedrijfsadministratie van de fiscale eenheid.
Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op facturen van een niet-bestaand bedrijf, waarvan werd vastgesteld dat deze vals waren. De facturen werden gebruikt om voorbelasting op te voeren en zo te weinig belasting te betalen. De verklaringen van verdachte en medeverdachten werden door het hof als ongeloofwaardig beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de gebruikte facturen geen betrekking hadden op de in de bewezenverklaring genoemde aangiftetijdvakken. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en wordt het arrest vernietigd voor zover het feit 3 en de strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat geen aanleiding bestaat tot ambtshalve vernietiging van het arrest buiten het bestreden onderdeel. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 maart 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onder 3 bewezen verklaarde feit en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.