ECLI:NL:HR:2012:BV3426
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afgeleid verschoningsrecht van administratiekantoor in belastingonderzoek
In deze zaak stond centraal de vraag of een administratiekantoor, hier Tradman, zich kan beroepen op een afgeleid verschoningsrecht in het kader van een belastingonderzoek door de Belastingdienst. Tradman beheerde administraties van cliënten, waaronder belastingplichtigen die vertrouwelijke contacten hadden met geheimhouders zoals advocaten of notarissen.
De Belastingdienst voerde een derdenonderzoek uit en maakte images van de administratie van Tradman en haar cliënten. Tradman vorderde dat stukken die mogelijk onder het verschoningsrecht van geheimhouders vielen, niet zonder toestemming van die geheimhouders mochten worden ingezien. De voorzieningenrechter en het hof stelden waarborgen vast voor het onderzoek, waarbij onder meer adresgegevens van documenten bekend moesten zijn om het beroep op verschoningsrecht te kunnen toetsen.
De Hoge Raad bevestigde dat het administratiekantoor zelf geen geheimhouder is en dus geen zelfstandig afgeleid verschoningsrecht heeft voor stukken die belastingplichtigen met geheimhouders hebben uitgewisseld. Wel kan het administratiekantoor namens de belastingplichtige een beroep doen op het recht van die belastingplichtige om op grond van art. 47 AWR Pro de afgifte van dergelijke stukken te weigeren. Daarbij moet het administratiekantoor bekendmaken voor welke belastingplichtige het beroep wordt gedaan en moet de Belastingdienst de mogelijkheid krijgen om dit beroep op vertrouwelijkheid op aannemelijkheid te toetsen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van Tradman en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven. De voorgestelde procedure van Tradman stond volgens het hof geen toetsing van het beroep op afgeleid verschoningsrecht toe, wat de Hoge Raad begrijpelijk achtte. Tradman werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van Tradman op een afgeleid verschoningsrecht werd verworpen; het administratiekantoor kan zich niet zelfstandig beroepen op het verschoningsrecht voor stukken tussen belastingplichtige en geheimhouder.