ECLI:NL:HR:2012:BV3807
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Afstand doen van motorrijtuig doet verzekeringsplicht WAM niet zonder meer vervallen
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de Kantonrechter te 's-Gravenhage, waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering. De aanvrager stelde dat het motorrijtuig reeds in 2004 in Duitsland in beslag was genomen en dat hij eind 2005 afstand had gedaan van het voertuig, waardoor de verzekeringsplicht niet meer zou gelden.
De Hoge Raad oordeelde dat de verzekeringsplicht volgens art. 2, eerste lid, WAM blijft bestaan zolang het kenteken op naam van de houder staat en het kentekenbewijs niet is geschorst. Het doen van afstand van het voertuig na inbeslagneming door buitenlandse autoriteiten doet de verzekeringsplicht niet zonder meer vervallen. Hierdoor wekt deze omstandigheid niet het voor herziening noodzakelijke ernstige vermoeden dat het oorspronkelijke vonnis onjuist was.
Verder overwoog de Hoge Raad dat de toepassing van art. 9a Sr, zoals aangevoerd door de aanvrager, niet als een minder zware strafbepaling in de zin van art. 457 Sv Pro kan worden beschouwd. De herzieningsaanvraag werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af omdat afstand doen van het motorrijtuig de verzekeringsplicht niet automatisch beëindigt.