ECLI:NL:HR:2012:BV5131
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boeten en verhogingen in vermogensbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten, zonder kwijtschelding. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het hof vernietigde deze uitspraken en mat de boeten en verhogingen naar beneden. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in zijn uitspraak miskenning had gemaakt van eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uit 2011, met name ten aanzien van de beoordeling van de boeten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de verhogingen en boeten betrof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van het arrest.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De Staatssecretaris had zijn beroep ingetrokken, maar belanghebbende vroeg alsnog vergoeding van de kosten die hij had moeten maken.
De zaak hangt samen met meerdere andere zaken die betrekking hebben op het Rekeningenproject en de Hoge Raad gaf aan dat ook in de vervolgprocedure rekening moet worden gehouden met eerdere overwegingen uit het arrest van 15 april 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boeten en verhogingen en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.