ECLI:NL:HR:2012:BV5135
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boeten en verhogingen in vermogensbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000 in de vermogensbelasting, inclusief verhogingen en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het Hof vernietigde deze uitspraken, verminderde de aanslagen en boeten en schold de verhogingen gedeeltelijk kwijt. Belanghebbende en de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in tegen het Hof, maar de Staatssecretaris trok zijn beroep in.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof miskenning vertoonde van eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad over het Rekeningenproject, met name het arrest van 15 april 2011. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en het Hofarrest vernietigd voor wat betreft de verhogingen (1992-1998) en boeten (1999-2000). De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van de Hoge Raad-arresten.
Verder werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding en moest de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De Hoge Raad gaf ook instructies over de beoordeling van de boeten en verhogingen bij de verdere behandeling na verwijzing, waarbij eerdere arresten in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boeten en verhogingen en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.