ECLI:NL:HR:2012:BV6688

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05297
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatieberoep in verbintenissenrechtelijke zaak over exoneratiebeding

In deze zaak stond een geschil centraal over een toerekenbare tekortkoming en de toepassing van een exoneratiebeding binnen het verbintenissenrecht. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage, die eerdere vonnissen van de rechtbank bevestigden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen. De klachten die in het middel werden aangevoerd, konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De uitspraak bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de eerdere beslissingen en de toepassing van het exoneratiebeding in deze zaak. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

6 april 2012
Eerste Kamer
10/05297
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiser 2],
3. [Eiser 3],
4. [Eiser 4],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] in enkelvoud en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 229373/HA ZA 04-3286 (DH) van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 juni 2005 en 3 mei 2006;
b. de arresten in de zaak 105.004.861/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 september 2009 en 24 augustus 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 6 april 2012.